Vergelijk 60.000+ hondenproducten van 700+ merken en 35+ webshops

Vergelijk 60.000+ hondenproducten

Terug

8 mei 2018 door Debbie Rietveld in Hond opvoeden

De eerste dagen door de puppy-ogen van Ozzy

De eerste dagen door de puppy-ogen van Ozzy

Hier zitten we dan, samen in een hok. Veel ruimte hebben we niet, dus ik blijf maar dicht bij mama. Het is hier zo donker. Af en toe hoor ik een blaf, maar ik kan niet zien waar het vandaan komt. Er zijn hier nog veel meer hondjes. Ik kan het allemaal niet goed zien en ik kan ook niet naar ze toe. We zitten allemaal in een hok. Gelukkig zit ik niet alleen in het hok, maar heb ik mijn mama en mijn broertjes nog. Elke dag komt er iemand langs, een mens, het is man. Soms komt hij met wat eten en water, mijn mama is dan altijd heel erg blij. De man neemt ook vaak hondjes mee en die komen dan niet meer terug. Ik snap het allemaal niet, ik ben nog maar klein.

Ik vind de man maar eng. Soms doet hij ons pijn. Ik blijf daarom het liefst bij de man weg, maar ik kan nergens heen. Er is geen ruimte om mij te verstoppen. Soms gromt mama naar hem, maar dat doet ze omdat hij haar dan pijn doet. Wij blijven allemaal dicht bij mama, want wij zijn nog maar klein. Elke dag is hetzelfde, wij met mama in ons hok. Het is altijd donker, er komt alleen maar licht binnen als het mens komt.

Verandering

Vandaag gaat er iets gebeurd. Ik hoor meer mensen. Ik hoor de man iets zeggen, hij klinkt boos. Ik word er bang van. De deur gaat open en er komt licht binnen. Ik kan nu de hondjes aan de andere kant zien. Zij zijn net zo bang als dat ik ben en mijn mama is ook bang. Wat gebeurd er toch?

Er komen vreemde mensen naar binnen, ik ken hun geur of stem niet. Veel geblaf en lawaai. De mensen maken de hokken open en nemen honden mee. Ik wil mij verstoppen, maar er is geen ruimte. Allemaal kruipen wij tegen onze mama aan. De mensen zeggen iets, maar ik versta het niet. Ik ben bang.

Ons hok wordt open gemaakt, de mensen halen ons eruit. Ik wil eigenlijk niet, ik ben nog maar klein. Een mens houdt mij vast en neemt mij mee naar buiten. Ik ben nog nooit buiten geweest, wat is het groot! Ik jank zachtjes, ik ben nog maar klein en ik wil graag naar mijn mama. We worden samen in een ander hok gezet, gelukkig zijn we weer samen. Ik kruip veilig tegen mijn broertjes en mama aan. Ik snap het niet. Wat gebeurd er?

De mensen halen alle honden uit de hokken, we worden ergens naar toe gebracht, ik raak de kluts kwijt. Er gebeurd zoveel en ik ben zo moe, ik moet even slapen. We zitten nu in een ander hok. Dit hok is groter en schonen en er is meer licht. We kunnen in het hok lopen, nu kan ik met mijn broertjes spelen. Ik vind dit wel fijn! Ook de mensen zijn er nog, zij komen met water en eten. Ik probeer nu voor het eerst brokjes te eten, maar dat is best wel even wennen. Mensen vind ik nog steeds niet leuk, ik blijf bij ze vandaan.

Mensen

De mensen die bij ons waren nemen ons mee naar een ander mens, weer een man. De man keek en voelde overal, ik vind het niet leuk. Ik kreeg een prik, ik jankte zachtjes. De mensen zeggen veel, maar ik versta het niet. Ik wil weer naar mijn fijne grote hok. Gelukkig mochten we snel weer terug.

De tijd gaat hier veel sneller en de dagen zijn anders. We mogen soms ook naar buiten. Ik wil dat alleen niet, want ik vind het eng buiten. Buiten is zo groot en ik ben nog maar klein. Langzaam word ik steeds een beetje dapperder en ook word ik steeds groter. Ik durf steeds verder bij mijn moeder vandaag, maar ik zorg dat ik haar altijd kan zien. De mensen zijn er altijd blij, maar ik ga niet naar ze toe, ik vind mensen gemeen. Mama en mijn broertjes gaan wel naar de mensen toe, ze kwispelen zelfs blij bij sommige mensen.  Ik vertrouw mensen niet. Ik laat me niet graag door mensen aanraken, mensen maken mij bang.

De mensen komen elke keer weer terug, nu komen ze mijn broertje uit het hok halen, alleen hem. Later kwamen ze voor mijn andere broertje. Mama en ik weten niet waar ze heen gaan, ze komen niet meer terug. Nu is het alleen mama en ik. Best raar, zo zonder mijn broertjes. Er is genoeg te eten en drinken voor ons, ook mogen we nog steeds naar buiten. Er is zelfs iets waarmee mama en ik kunnen spelen.Bij mensen blijf ik zoveel mogelijk vandaan, ik ben nu wel wat groter, maar nog steeds best wel klein.

Mensen komen en gaan en ik zie andere hondjes met hun meegaan en niet meer terug komen. Gelukkig ben ik hier nog met mama. Ik hoop dat het goed gaat met mijn broertjes. De mensen halen nu mij uit mijn hok, maar zonder mijn mama. Ik moet met een mens mee, met een man. Deze man is heel rustig, dat vind ik wel fijn, daar word ik niet zo bang van. Hij neemt mij mee naar zijn huis, een huis is een hok waar een mens in woont. Er zijn gelukkig andere honden, ze zijn heel aardig en ze spelen met mij. Wanneer de man wat zegt versta ik het niet, maar ik probeer het wel. Ik snap niet wat hij zegt of tegen wie hij wat zegt. Ik ben eigenlijk wel heel erg moe en daarom ga ik bij de andere honden liggen om wat te slapen.

Aardig

Er klinkt een luid ringend geluid en de man doet de deur op en voor een mens, een vrouw deze keer. De man pakt mij op en geeft mij aan de vrouw. Ik vind het eng, ik jank zachtjes. De vrouw pakt mij iets steviger vast en geeft mij iets dat een kus heet. Ik denk dat dit mens mij wel aardig vind, zou het?

Ik leg mijn kopje even op haar schouder en snuffel even in haar nek. Vind ik jou dan ook aardig? Dit heb ik nog nooit eerder bij een mens gedurfd, ik wilde altijd verstopt blijven. Het mens maakte een grappig geluid en zei wat. Het klonk niet boos, eerder alsof ze het leuk vond. De vrouw ging zitten en ik mocht bij haar blijven liggen. Ja, ik denk dat ik dit mens ook wel mag. En nu? Moet ik weer op de grond? Ik wil nog even bij haar zijn! Ik tik met mijn poot tegen haar poot en ze begrijpt het! Ik mag weer op schoot!

De vrouw en de man maken weer dat grappige geluid. Ik denk dat dat geluid betekend dat ze iets leuk vinden. Dat is goed toch? Ik ben nog maar klein, maar ik doe mijn best om het te leren berijpen. Daarna volgt er een heel hoop gedoe, ik snap niet waar het om was. Maar de vrouw leek heel erg blij en af en toe zei ze “Ozzy” tegen mij. Ik weet niet wat “Ozzy” is, ik kwispel maar wat.

De vrouw is klaar om weg te gaan, maar ik vind het jammer, ze is aardig. De man doet een kast open en pakt allemaal spullen. Ze doet mij een halsband om. Huh? Wat gebeurd er nu weer? De man geeft haar een zak vol met spullen en ze lijken gedag tegen elkaar te zeggen. Ze pakt de zak met spullen en tilt mij op en neemt mij mee naar buiten.

Mijn nieuwe huis

Ze neemt mij mee, maar ik weet niet waar we naar toe gaan. Ze loopt met mij over straat. Gelukkig heeft ze mij goed vast, de wereld is zo groot en ik ben nog maar zo klein. Veel groter dan eerst, maar nog steeds klein. Er komen 2 mensen aan, weer vrouwen. Ze vinden mij leuk! Misschien zijn mensen toch zo naar nog niet? Eén van de vrouwen heeft een hondje bij zich, misschien wilt hij vriendjes worden met mij? Eén van de vrouwen pakt mij over van de eerste vrouw en de ander pakt de tas met spullen. Ze nemen mij nog een stukje mee. Het is eigenlijk helemaal niet ver van het huis van de man, het lijkt alleen zo omdat de wereld zo groot is door mijn puppy-ogen.

Ze zet mij weer op de grond en het hondje komt kennis maken. Hij heet Bobbie en is super aardig. Hij wilt ook wel spelen met mij. Ondertussen komen er meer mensen bij, ik ben te druk met spelen om er echt op te letten. Ik denk dat deze mensen elkaar kennen, maar nu, ben ik te fijn aan het spelen met mijn nieuwe vriend.

De vrouw pakt mij weer op en ook de zak spullen en neem mij mee een huis in. In dat huis mag ik rondkijken. Er zijn cavia’s, een parkiet en vissen. Ik zag ook een kussen op de grond en wat dingen die mij wel leuk lijken om mee te spelen. Ook is er een man, die lijkt mij wel aardig. Ik mag op het kussen liggen en mag met het speelgoed spelen.

Mijn maag begint te knorren, honger! De vrouw pakt de grote zak met spullen die ze van de mand had gekregen en haalt daar een hele zak met brokjes uit. Ze geeft mij wat van de brokjes en een bakje water. Ze maakt dat grappige geluid weer en zegt wat. Ik hoor weer “Ozzy”en nog iets dat ik niet begrijp. Wat een dag zeg, ik ga even lekker slapen op dat kussen.

Niet meer klein

Ik rek mij lekker even uit op de comfortabele bank. De vrouw kriebelt over mijn buik. Ik ben nu 2 jaar en niet meer klein. Ik ben een heuse grote jongen geworden. Ik vind sommige dingen en sommige mensen nog wel eng. Maar ik heb altijd de vrouw bij me om voor me te zorgen. Ook kan ik altijd op mijn beste vriend Bobbie rekenen, die woont met zijn vrouw in het huis hier naast. Ik heb een heerlijke mand, een slaapkussen en bakken met speelgoed. In mijn bakjes zit er altijd eten en water. De man zie ik ook nog vaak, hij heeft er zelf een hond bij genomen. Ze was eerst net zo bang als ik vroeg waren, maar we kunnen het allemaal goed vinden samen. Ik heb nu een fijn huis met een fijn mens. Ik hoorde dat mijn mama en broertjes dat ook hebben. Gelukkig maar!

Nu ik groot ben snap ik eindelijk wat de vrouw tegen mij zei tijdens het eten. Ozzy, dat ben ik, dat is mijn naam. Als ze Ozzy zegt dan luister ik. Het gedeelte dat ik eerst niet begreep was; “Welkom thuis”.

Debbie Rietveld

Geschreven door Debbie Rietveld in Hond opvoeden

Ik schrijf graag vanuit de belevingswereld van mijn jonge hond Ozzy en over de dagelijkse beslommeringen van hond en baas. Ozzy vertelt je graag alles over zijn avonturen op zijn eigen Facebookpagina: Ozzy’s wilde avonturen.

Nog geen reacties
Plaats een reactie

Plaats een reactie