Vergelijk 60.000+ hondenproducten van 700+ merken en 35+ webshops

Vergelijk 60.000+ hondenproducten

Terug

5 april 2017 door Rhaenyra in Hond aanschaffen

Hondenasiel in Spanje; een kijkje achter de schermen

Hondenasiel in Spanje; een kijkje achter de schermen

Ex-perrera in de Costa Blanca

Een aantal jaren geleden heb ik een maand gewerkt in een Spaans hondenasiel. Ik had horrorverhalen gelezen over zwerfhonden en afgedankte jachthonden, over mishandeling en verwaarlozing, over verschrikkelijke tradities en hartverscheurend dierenleed. Bovendien hoorde ik slechte verhalen over buitenlandse straathonden adopteren; ze zouden gedragsproblemen hebben en ziektes bij zich dragen. Daarnaast zouden stichtingen veel te gemakkelijk honden naar Nederland halen, zonder goed te kijken of de hond wel geschikt is voor een leven als huishond in onze maatschappij. Ik wilde het allemaal wel eens met eigen ogen zien en meemaken.

APASA

Mijn zoektocht naar een geschikt hondenasiel bracht me bij APASA: Asociación Protectora de Animales de San Antonio. Het asiel ligt in Javéa, aan de witte stranden van de Costa Blanca. Het is een toeristische plaats en er lopen daarom maar weinig straathonden, want die worden allemaal zo snel mogelijk naar het asiel gebonjourd zodat de stad er netjes uitziet. APASA is in 1999 opgericht door mensen afkomstig uit Duitsland, Zwitserland, Groot Brittanië en Spanje zelf, met als doel om de honden uit de regio zo goed mogelijk op te vangen totdat een adoptant zich meldt. Tot en met 1998 was het asiel een ‘perrera municipal’. Dat is letterlijk een gemeentelijk hondenasiel, maar eigenlijk betekent het ‘dodingsstation’. Honden die er terecht kwamen, bleven een paar dagen leven en werden daarna afgemaakt. Met de oprichting van APASA ging er een nieuwe wind waaien. Er werden nieuwe kennels gebouwd, er kwamen fundraisers om geld op te halen, er werden acties gehouden om de honden onder de aandacht te brengen en er werd actief gezocht naar adoptanten in binnen- en buitenland. 

Een kijkje in het asiel

Vergeleken met het Nederlandse asiel waar wij onze hond vandaan hadden gehaald, was de aanblik van dit Spaanse asiel een enorme cultuurshock. De blaffende honden waren van veraf al te horen, vandaar dat het asiel een beetje buiten de stad lag. Het was een terrein van grofweg 40 bij 140 meter, waarop alleen een kantoortje stond. Verder was het asiel gevuld met heel veel kennels in verschillende maten en vijf uitrengebieden, allemaal onderverdeeld in verschillende secties. Bij de ingang van het asiel waren de quarantainehokken te vinden, het kantoortje en het puppyhuis. De overige secties hadden namen als Javea, Orangepark (het asiel lag tussen sinaasappelboomgaarden) en Bamboogarden. Samen met een vaste werknemer zorgde ik vooral voor Bamboogarden en Orangepark II, waar 110 honden zaten. Daarnaast kwam ik af en toe in het puppyhuis.

De verzorging van de honden in het Spaanse asiel

De verzorging van de honden was een dagtaak. Poepscheppen gebeurde de hele dag door en twee keer per dag werd het water ververst. De groepen honden in de kennels werden elk half uur afgewisseld in de uitrengebieden, zodat elke hond één of twee keer per dag de benen kon strekken. De kennels met betonnen ondergrond, zoals de quarantainehokken en het puppyhuis, moesten worden schoongespoeld. Twee keer per dag kregen de honden eten, dat bestond uit allerlei soorten gedoneerd hondenvoer door elkaar heen gemixt. De dierenarts kwam meerdere keren per week langs voor controles en inentingen. Omdat de kosten voor castratie van een teef hoger zijn dan bij een reu, werden alle reutjes steriel gemaakt en de teefjes intact gelaten om op die manier toch te voorkomen dat er nestjes werden geboren. Alle honden werden namelijk gehuisvest in groepen van twee tot acht honden. Uitzonderingen waren het puppyhuis waar standaard zo’n twintig pups zaten, de kennel met vijftien Podenco’s en de quarantainehokken waar elke hond om logische redenen alleen zat. Honden zaten ongeveer een week in quarantaine voordat ze werden overgeplaatst naar een groep. Er was weinig individuele aandacht voor de honden vanwege al het werk en het feit dat er gemiddeld meer dan 250 honden in het asiel zaten. Omdat de dagelijkse bezigheden zoveel tijd in beslag namen, waren vrijwilligers van harte welkom. Zij konden de honden borstelen, knuffelen, lekker spelen en uitlaten buiten het asiel. Mensen die geïnteresseerd waren om en hond uit het asiel te halen konden gewoon langskomen tijdens de openingstijden ’s ochtends en ’s avonds. Vanwege de hitte was het asiel ’s middags gesloten. Bezoekers mochten eerst zelf een rondje door het asiel lopen en kijken of ze interessante honden zagen. Daarna liep een werknemer met ze mee om informatie te geven over die specifieke honden, waarbij tegelijkertijd werd gekeken wat voor soort hond het beste past in hun situatie.

De honden in het asiel

Het asiel zat overvol met honden in alle maten, kleuren en vachtsoorten, allerlei verschillende hondenrassen en kruisingen en onherleidbare bastaarden. Ook het karakter van de honden zat over het hele spectrum verdeeld, maar ze hadden allemaal twee dingen met elkaar gemeen: ze waren vriendelijk naar mensen en sociaal naar andere honden. Deze twee eigenschappen waren een vereiste, anders konden de honden zich niet handhaven in het asiel. Alle honden zaten in groepen, want er was simpelweg geen ruimte om honden alleen in een kennel te huisvesten omdat ze agressief waren naar soortgenoten. Vriendelijkheid naar mensen was de allerbelangrijkste eis. Er was geen tijd en geld om te investeren in gedragstherapie. Honden die zich niet konden handhaven in een groep en honden die zich agressief gedroegen naar de werknemers, werden geëuthanaseerd. Er waren te veel honden die hulp nodig hadden om tijd, energie en geld te stoppen in individuen met ernstige gedragsproblemen.  Zolang een hond vriendelijk was naar mensen en andere honden, was hij zeker van een plaats in het asiel. Het overgrote deel van de dieren was gek op aandacht, maar er waren ook honden die de kat uit de boom keken en honden die timide of angstig waren. Dit was met name het geval bij binnenkomst als ze alleen nog maar slechte ervaringen met mensen hadden gehad. Neem bijvoorbeeld de magere bruine Podenco onderaan deze blog, die was gered van een galg waar ze was opgehangen door haar vorige eigenaar. Ze was inmiddels gewend aan de werknemers van het asiel, maar ze moest niets hebben van nieuwe mensen. Het duurde wel even voordat ze opwarmde naar vreemden en daar was ze niet de enige in.

[contentblock id=18 img=html.png]

Honden van alle leeftijden

Een aantal honden zat al vanaf jonge leeftijd in het asiel, andere honden werden hoogbejaard. Als een hond merkbaar oud werd en de kans op adoptie er realistisch gezien niet meer in zat, werd de hond ‘veteraan’. Veteranen kregen vrije toegang over het hele terrein en sliepen in het kantoor. Ze begroetten de bezoekers en konden lekker rondscharrelen zonder blootgesteld te worden aan alle drukte van hun jongere soortgenoten. Tijdens mijn tijd in het asiel liepen onder andere Papeta en Pimiento als veteranen los in het asiel, Podenco’s van respectievelijk 18 en 17 jaar oud. Papeta was een scharminkel en zag eruit alsof ze elk moment kon omvallen, zoals je kunt zien in de foto hieronder, maar verrassend genoeg ving ze op haar oude leeftijd nog altijd ratten. De oudste veteraan was een geharde kleine terrier van bijna 20 jaar oud.

In het puppyhuis was het een grote gekte, vooral als je net naar binnen stapte. Ze dartelden om je heen en hingen in je kleding als kleine land-haaien, je moest goed opletten dat je niet op een puppy ging staan. Het puppyhuis stond naast het kantoor en was vlakbij de ingang. Dit was uiteraard met opzet, want veel bezoekers waren specifiek op zoek om een puppy aan te schaffen. Pups tot 8 weken oud zaten bij vrijwilligers thuis, daarna kwamen ze naar het asiel en werden in het puppyhuis gezet. Met een beetje geluk duurde het dan niet lang voordat een nieuwe eigenaar zich meldde. Pups verlieten het puppyhuis vanaf ongeveer 6 maanden en werden dan in een groep geplaatst. In het puppyhuis zaten enkele volwassen honden die heel tolerant waren, maar die de pups ook de nodige manieren bijbrachten. Van alle honden in het asiel hadden de pups de grootste kans op adoptie. Het was een komen en gaan, waarbij het mij persoonlijk opviel dat bezoekers de voorkeur hadden voor licht gekleurde ‘mooie’ pups, of met een aparte aftekening. Zo herinner ik me Pride en Prejudice, twee jonge Podenco pups die samen binnenkwamen. Prejudice, de opvallende pup met een prachtige witte bles in de foto hierboven, werd binnen een paar dagen geadopteerd. Haar broertje Pride met een ‘saaie’ kleur, helemaal bovenaan deze blog te zien, heeft nog jaren moeten wachten voordat hij het asiel kon verlaten.

Honden van alle soorten en maten

In het asiel zaten honden in alle soorten en maten. Ik herinner me een Groenendaeler, verschillende Duitse herders, raszuivere Sharpeis, Dobermanns, een Dalmatiër… maar vooral veel kruisingen en onherleidbare bastaarden. Er was één groep honden die heel herkenbaar was en die een groot deel van de populatie uitmaakte: Podenco’s. Normaal gesproken wordt er in Spanje graag met Galgos gejaagd, dat zijn Spaanse windhonden, maar in het gebied rond Jávea was de jacht met Galgos verboden. Daarom gingen jagers op jacht met Podenco’s, wat half-windhonden zijn, en wat dus niet verboden was. Ze werden stiekem weleens gekruist met Galgos om toch extra snelheid in de honden te krijgen, maar Podenco’s staan vooral bekend om hun enorme springvermogen. Als jachthonden werden Podenco’s gezien als gebruiksvoorwerpen. Dat betekende niet alleen dat ze zonder pardon aan de kant werden gezet als hun jachtcarrière voorbij was, maar ook dat mensen vonden dat ze ongeschikt waren als huisdier. Het was immers een jachthond, geen gezelschapshond. Waar die grens precies wordt getrokken, weet ik nog steeds niet. Feit was dat er veel Podenco’s in het asiel terecht kwamen, om daar naar alle waarschijnlijkheid de rest van hun leven te slijten. Bezoekers die geïnteresseerd waren in een hond, waren meestal niet op zoek naar een Podenco. Staffords en herders en alles wat er pluizig uit zag, hadden een grote kans om geadopteerd te worden. Zeker als ze nog relatief jong waren. Kleine hondjes waren heel geliefd en ook half-langharige middelmaatjes maakten een goede kans. Jachthonden zoals Podenco’s en Pointers en kruisingen hiervan bleven in de regel lang zitten. Kortharige middelmaatjes en grote honden met een onherleidbaar uiterlijk deden het ook niet zo goed bij bezoekers, vooral als ze een ‘saaie’ kleur hadden zoals zwart of rood.

Terugblik op mijn verblijf bij het asiel in Spanje

Ik had een fantastische tijd waarin ik onvergetelijke ervaringen heb opgedaan. De horrorverhalen bleken niet onwaar te zijn. Rare tradities waren ook in dit deel van Spanje onderdeel van de cultuur. Zo was er een jaarlijks feest waarbij kalfjes door de stad heen naar de zee werden gejaagd, waarbij weleens kalfjes verdronken. Ook werden ieder jaar na het jachtseizoen enorm veel honden afgedankt. Een deel kwam bij het asiel terecht, maar helaas vele honden niet. De houding van veel Spanjaarden tegenover honden, met name jachthonden, was niet zo best. Het verschil tussen ‘huishonden’ en ‘jachthonden’ was sterk aanwezig, waarbij de ene groep duidelijk minder goed werd behandeld. De ergste gebeurtenissen die ik heb meegemaakt waren van een Podenco die aan de trekhaak van een auto vast zat ‘om hem te leren rennen’ maar die de snelheid van de auto niet bij kon houden en dus door de straten werd gesleept. De andere gebeurtenis was van een uitgemergelde hond langs de kant van de weg, die van top tot teen onder de dikke volgezogen teken zat. Hij kon niet meer staan maar leefde nog, dus hij ging linea recta naar de dierenarts voor een bloedtransfusie, waarvoor we een gezonde hond uit het asiel mee hadden genomen die bloed kon doneren. Het mocht helaas niet baten.

De slechte verhalen over het karakter van buitenlandse honden herkende ik totaal niet. Het asiel had weliswaar twee strikte eisen: kunnen samenleven met andere honden en geen agressie naar mensen, dus honden met buitensporige gedragsproblemen zaten niet in het asiel. Maar veel honden hadden absoluut geen leuke ervaringen met mensen, een groot aantal was uitgemergeld, mishandeld of gewond toen zij het asiel binnenkwamen. Toch was de overgrote meerderheid enorm veerkrachtig en had zich herstelt tot een enthousiaste en sociale hond. Zodra je een kennel in kwam, stortten de meeste honden zich op je om je te overladen met likjes en je te smeken om aandacht. Wat wilden ze graag geaaid worden en spelen. Een klein deel was verlegen en een nog kleiner deel was bang. Timide honden waren uitzonderingen, niet de regel. De werknemers kenden de honden goed en zorgden ervoor dat adoptanten het asiel verlieten met een blije enthousiaste hond. De bange honden werden niet meegegeven aan geïnteresseerden, zij werden verder verwezen naar al die andere honden die veel beter geschikt waren om geadopteerd te worden.

Goed gevoel over de werkwijze

Die houding gaf mij een enorm goed gevoel, samen met het feit dat de honden niet naar het buitenland werden gestuurd zonder zicht op adoptie. Buitenlandse adoptanten mochten absoluut een hond adopteren, maar pas als ze persoonlijk langskwamen. Er zijn blijkbaar genoeg mensen die daartoe bereid waren, want APASA honden wonen inmiddels in veel Europese landen. Ik heb zelf mijn bedenkingen bij stichtingen die busladingen honden naar het buitenland exporteren om vervolgens aan de man te brengen. Er wordt weleens gezegd dat het dan gaat om verkapte hondenhandel en ik snap wel waarom zulke gedachtes ontstaan. De werkwijze van APASA spreekt mij persoonlijk veel meer aan, ook omdat Spaanse adoptanten voorrang hebben.

Wat betreft de veelgehoorde opmerkingen die ik hoorde over ziektes die buitenlandse honden mee zouden brengen: als er interesse was in een hond vanuit het buitenland, werd de hond getest op verschillende ziektes waaronder leishmania. Alle honden werden daarnaast iedere maand ontvlooid en ontwormd en de dierenarts kwam meerdere keren per week langs voor controles. Er werd dus alles aan gedaan om het dier zo gezond mogelijk te houden. Als de hond ziek was, dan werd de adoptant op de hoogte gesteld en mocht af zien van adoptie of wachten tot de hond beter was. Als de hond een chronische ziekte had, zoals leishmania, mocht de hond voor een schrijntje van het normale adoptiebedrag weg gaan. Er zaten een paar honden in het asiel met leishmania en zij kregen iedere dag medicijnen om de ziekte onder controle te houden. Dit maakte deze honden natuurlijk niet aantrekkelijk voor een mogelijke adoptant, dus vandaar dat het adoptiebedrag aanzienlijk lager was en in sommige gevallen zelfs gratis. Zo heeft een kennis van me een hond uit dit asiel geadopteerd met leishmania, gratis en voor niks, ze waren blij dat er iemand geïnteresseerd was want het was een hele blije hond met een open karakter die geen last had van de ziekte door de medicijnen… maar ja, de ziekte was voor de meeste mensen toch een drempel. Als er dan nog twintig andere honden zijn die ook blij en sociaal zijn en geen leish hebben, dan wordt de hond met leish al snel overgeslagen.

Werken als vrijwilliger in een buitenlands asiel

Ik word tegenwoordig een beetje geïrriteerd als ik de bekende uitspraak weer hoor. Asielen zitten hier niet vol. Er zitten honden in het asiel, dat is een heel belangrijk nuanceverschil. Met mijn realisaties kun je het oneens zijn. Dat is prima, maar ik zou mensen er graag op attenderen dat het iedereen vrij staat om een tijdje te werken als vrijwilliger in een buitenlands asiel en op die manier je eigen conclusies te trekken. Ik raad het in ieder geval iedereen aan. Het is een geweldige mogelijkheid om te proeven van een andere cultuur, om je kijk op de wereld te verbreden en natuurlijk om lekker bezig te zijn met enorm veel honden! Het werk is slopend, zowel fysiek als emotioneel, maar het geeft ook heel veel voldoening. En ik moet eerlijk zijn, mijn werk voelde als een vakantie. Het is inmiddels jaren geleden en ik kan nog steeds terugkijken op een van de meest bijzondere tijden van mijn leven. Ik hoop in de toekomst nog eens terug te keren… en misschien neem ik dan zelf wel een hond mee terug.

Twijfel jij over het adopteren of kopen van een hond? Lees dan ook mijn blog Hond adopteren of kopen? Gewetensvraag!

Rhaenyra Bergsma

Geschreven door Rhaenyra in Hond aanschaffen

Ik ben Rhaenyra, student Bestuurskunde en binnenkort masterstudent Animal Sciences aan Wageningen Universiteit. In mijn jeugd ben ik opgegroeid met een Engelse cocker spaniel en op mijn 18e kwam een bejaarde Zwitserse witte herder uit het asiel bij ons wonen. Inmiddels zijn zij beide overleden en hier woont nu opnieuw een witte herder van inmiddels alweer 7 jaar, die als 2-jarige herplaatser bij ons kwam. Ook hebben we sinds kort weer een vrolijke Engelse cocker in de familie. In mijn vrije tijd ben ik veel te vinden in internationale discussiegroepen waar ik over allerlei hond-gerelateerde onderwerpen discussieer. Mijn favoriete onderwerpen zijn hondenrassen, genetica en fokken.

(3) reacties
Plaats een reactie

kristina zegt op 19 mei 2017 18:25 :

hierbij zou ik graag willen weten of ik in nederland een hond uit bijvb. spanje kan adopteren?…in duitsland bestaat er een instantie(in aachen een duitser gesproken die gratis een spaanse hond heeft geadopteerd, is dat ook bij uwe zo?…zoniet hoeveel kosten?…weet u anders welke duitse naam/instantie die in spanje gratis honden laat adopteren aan europe:duitsland/…??…gaarne zie ik uwe antw./reponds afwachtend op uwe!!…bijv.b.dank..mevr. K.M.Loonen
KRISTINA, ik woon in een groot huis met veel bosrijke omgeving, nl. zuid limburg bij de grens v. belgie/duitsland/nederland dus loop elke dag uren smorgens/smiddags in de natuur en of met de bus/trein altijd mee!!…als u nog meer wilt weten schroom u niet te vragen!!…tot gauw!!..

Reageer op deze reactie

Redactie Tinki.nl zegt op 2 juni 2017 06:34 :

Hoi Kristina! Bedankt voor je reactie op ons blog! Voor vragen over het adopteren van een hond raden we je aan om rechtstreeks contact op te nemen met betreffende instanties. Meer informatie over waar je op moet letten bij het adopteren van honden lees je in het blog: https://123tinki.com/nl-nl/blog/hond-adopteren-35-tips-kenners-adoptie-honden/

nell schonewille zegt op 8 maart 2018 17:11 :

ik heb mijn spaanse schone via de stichting alas-rescueteam misschien een tip voor mevrouw hieboven> het is een lieve vrolijke en speelse podenco andaluz en komt uit het asiel in caudette. we hebbener geen seconde spijt van. en alas werkt erg goed. zo komem ze eerst bij je thuis omte kijken of je omheining hoog genoeg is en je huis ruim genoeg. daarna komen na een week of 6 als je de hond hebt. fantastisch gewoon. ik ben erg onder de indruk van dit verhaal. maar begrijp alleen niet waarom de podencos van dat asiel hier niet geadopteerd mogen worden. er zitten er hier in nederland al genoeg hoor. kijk maar eens op facebook op de pagina podencos in nederland en vlaanderen en ja in belgie ook. vr gr, nell

Reageer op deze reactie

Plaats een reactie